‘We kunnen niet meer om waterstof heen’

Het grote pand aan de Hoogte Kadijk 400 is de eerste elektriciteitscentrale van Amsterdam, en stamt uit 1900. In die tijd werd vanuit deze centrale de stad voorzien van elektriciteit. Nu heeft het gebouw, eigendom van Liander, een heel andere functie gekregen. Op de begane grond is het bedrijfsmuseum, op de eerste huisvest een opleidingscentrum en op de tweede verdieping is een ontvangstruimte voor grotere groepen. Op deze historische plek gaat de redactie in gesprek met Maarten de Vries, senior associate bij Roland Berger. Hij weet ons veel te vertellen over de toekomst: de energietransitie.

‘We kunnen niet meer om waterstof heen’

Het grote pand aan de Hoogte Kadijk 400 is de eerste elektriciteitscentrale van Amsterdam, en stamt uit 1900. In die tijd werd vanuit deze centrale de stad voorzien van elektriciteit. Nu heeft het gebouw, eigendom van Liander, een heel andere functie gekregen. Op de begane grond is het bedrijfsmuseum, op de eerste huisvest een opleidingscentrum en op de tweede verdieping is een ontvangstruimte voor grotere groepen. Op deze historische plek gaat de redactie in gesprek met Maarten de Vries, senior associate bij Roland Berger. Hij weet ons veel te vertellen over de toekomst: de energietransitie.

Innovatie en strategie

Maarten deed veel kennis op in diverse functies op het gebied van technische innovatie. Hij weet veel van wind op zee, werkte met partijen als ECN en TU Delft aan innovatieve projecten. “Om maar meteen met een concreet voorbeeld te komen, vorig jaar hebben we voor de haven van Amsterdam nog een waterstofstrategie ontwikkeld”, begint Maarten. De laatste tijd is er een toenemende belangstelling voor waterstof. Inmiddels zijn de meesten wel overtuigd dat we hier niet meer om heen kunnen.”

Te duur?

Vooruitdenken is wat Maarten continu doet. Maarten: “Je moet wel goed blijven nadenken, dingen naast elkaar bekijken, zien hoe de technologie zich ontwikkelt. Een paar jaar geleden dachten een hoop mensen dat wind op zee veel te duur zou blijven. De eerste berekeningen lieten dat ook zien. Bij elke nieuwe technologie krijg je te maken met kinderziektes, wind op zee dus ook. En dat dreef de prijs op. De overheid trok zich terug en de industrie ging hard aan het werk om hier wat aan te doen. Nu zien we dat de prijs per kWh enorm gedaald is. Er is inmiddels meer ervaring op zee, en kennis over wat kan qua technologie. En dat zie je terug in de gehalveerde opwekprijs. Wind op zee kan binnenkort zonder subsidie op kosten concurreren met gas- en kolengestookte elektriciteitscentrales.”

CO2-neutraal

In 2050 moet Nederland volledig CO2-neutraal zijn, dat heeft consequenties voor onze brandstofmix. Maarten voorspelt dat onze energie straks voor 60% met elektriciteit wordt geleverd. “Een groot deel komt vanaf de Noordzee aan land, maar het is uiteraard een combinatie van windenergie op zee, land, zonne-energie en andere bronnen.” Kan ons huidige elektriciteitsnet dat allemaal aan is de vraag. “Nee, dat zal zeker op bepaalde locaties verzwaard moeten worden. Maar er spelen ook nog een andere gedachten. Als je de elektriciteit uit wind via elektrolyse omzet in waterstof kun je deze via bestaande gasnetten vervoeren. Daarmee ontlast je het elektriciteitsnet en je kunt er onze huizen mee verwarmen.”

En nu?

Al deze veranderingen zijn uiteraard van grote invloed op de energiebranche. De grote vraag is wie al dat werk dat het met zich meebrengt gaat doen. Er is nu al sprake van een groot tekort aan technisch personeel. “Sommige werkzaamheden kun je heel goed door robots laten doen”, zegt Maarten. Maar dat kan niet overal. En die robots moeten ook worden ontwikkeld en in elkaar gezet door mensen. En dan hebben we het nog niet over de invloed die de energietransitie heeft op een stad als Amsterdam. Waar moeten al die laadpalen staan? Kortom, er zijn nog veel vragen waar geen pasklaar antwoord op is. Maar een ding is zeker, er verandert veel in een hoog tempo.